Kort antwoord: Een voorzichtige richtlijn van het LICG is per wandeling maximaal ongeveer tien minuten per maand dat de pup oud is, tot vier keer per dag. Kijk altijd naar de pup en wandel korter bij vermoeidheid of overprikkeling.

Maak een voorzichtig uitgangspunt

Dit is een bovengrens, geen trainingsdoel

Snuffelen, rustig kijken en nieuwe ondergronden ervaren zijn ook waardevol. Wild stoeien, veel springen, scherpe bochten en herhaald achter een bal aanrennen belasten een jong lichaam anders dan rustig wandelen.

Wanneer moet je korter wandelen?

  • Je pup gaat zitten, blijft achter of wil niet verder.
  • Hij hijgt opvallend zonder dat het warm is.
  • Hij wordt bij thuiskomst juist extreem druk of bijterig.
  • Hij loopt stijf, mank of anders dan normaal.
  • Hij verwerkt nieuwe indrukken zichtbaar moeilijk.

Bronnen en belangrijke grenzen

Dit hulpmiddel geeft algemene informatie. Een individuele hond kan afwijken. Neem bij pijn, ziekte, sterke angst, agressie of twijfel contact op met een dierenarts of gekwalificeerde gedragsspecialist.

Veelgestelde vragen

Moet ik de maximale tijd iedere wandeling volmaken?

Nee. Het is een bovengrens als uitgangspunt, geen doel. Korter kan beter passen bij jouw pup en situatie.

Mag mijn pup spelen met andere honden?

Kies korte, rustige contacten met passende honden en voorkom wild, langdurig stoeien.

Wat doe ik bij mank lopen?

Stop de belasting en neem contact op met een dierenarts voor individueel advies.

Bekijk alle gratis Labradoodle-hulpmiddelen